| Kortsluiting in apparaat traceren via de groepenkast |
|
|
| zondag 20 januari 2008 | |
|
Bij te hoge stroomafname of kortsluiting in een groep, grijpt de installatie automaat of smeltzekering in. Wanneer de aardlekschakelaar zich uitschakelt, zijn alle groepen spanningloos. Hoe komt u er nu achter wat de veroorzaker van deze sluiting is? Afhankelijk van de soort groepenkast die u heeft, volgt u de stappen. Als de aardlekschakelaar uitschakelt, dient u alsvolgt te handelen:
1. Alle schakelaars boven de (smelt)zekeringhouders een 1/4 slag omdraaien of omklappen. 2. Aardlekschakelaar weer inschakelen. Indien dat niet lukt, is de aardlekschakelaar defect. 3. De schakelaars boven de (smelt)zekeringhouders 1-voor-1 een 1/4 slag omdraaien of omklappen. De schakelaar waarachter de kortsluiting optreedt, schakelt de aardlekschakelaar opnieuw uit. 4. De schakelaar boven de (smelt) zekeringhouder, waarachter de kortsluiting optreedt, uitschakelen en uitgeschakeld laten. 5, De aardlekschakelaar en de overige schakelaars boven de (smelt) zekeringhouders weer een 1/4 slag omdraaien of omklappen. 6. Van de uitgeschakelde groep alle stekkers uit de contactdozen halen en alle verlichtingschakelaars éénmaal omzetten. Vergeet hierbij niet de stekkers van ventilatie-units, afzuigkap, c.v.-ketel, apparaten in de schuur en schakelaars van bijvoorbeeld de buitenverlichting. 7. De schakelaar boven de (smelt)zekeringhouder weer een 1/4 slag omdraaien of omklappen. 8. Tot slot alle stekkers weer in de contactdozen steken en verlichtingschakelaars omzetten. Op het moment dat de aardlekschakelaar weer uitschakelt, weet u dat de laatste ingestoken stekker of lamp een defect heeft waardoor de aardlekschakelaar uitschakelt. 9. Indien de gestoorde groep, ondanks bovenstaande instructies, de aardlekschakelaar uitschakelt, dient u een installateur in te schakelen of de woningbouw.
1. Alle installatie-automaten achter de betreffende aardlekschakelaar(s) uitschakelen 2. De aardlekschakelaar weer inschakelen. Indien dat niet lukt, is de aardlekschakelaar defect. 3. De installatie-automaten weer stuk voor stuk inschakelen. Bij het inschakelen van de installatie-automaat, waarachter de storing optreedt, schakelt de aardlekschakelaar opnieuw uit. 4. De betreffende installatie-automaat, waarachter de storing zich bevindt, uitschakelen en uitgeschakeld laten. 5. De aardlekschakelaar en de overige installatie-automaten weer inschakelen. 6. Van de uitgeschakelde groep alle stekkers uit de contactdozen halen en alle verlichtingschakelaars éénmaal omzetten. Vergeet hierbij niet de stekkers van ventilatie-units, afzuigkap, c.v.-ketel, aangesloten stekkers in de schuur en schakelaars van bijvoorbeeld de buitenverlichting. 7. De installatie-automaat van de gestoorde groep weer inschakelen. 8. Eén voor één de stekkers weer in de contactdozen steken en de verlichtingschakelaars omzetten. Op het moment dat de aardlekschakelaar weer uitschakelt, weet u dat de laatste ingestoken stekker of lamp een defect heeft waardoor de aardlekschakelaar uitschakelt. 9. Indien de gestoorde groep, ondanks bovenstaande instructies, de aardlekschakelaar uitschakelt, dient u een installateur in te schakelen of de woningbouw. Indien de installatie-automaat of de (smelt)zekeringhouder warm aanvoelt, dan is deze uitgeschakeld door overbelasting. U moet dan de aangesloten apparatuur uitschakelen waarna u de zekering weer in kunt schakelen. Als de installatie-automaat of smeltzekering uitschakelt door kortsluiting dan voelen zij doorgaans koud aan. U moet dan eerst de kortsluiting zien te lokaliseren door alle stekkers uit de contactdozen te verwijderen en lichtschakelaars eenmaal om te zetten. Hierna kunt u de installatie-automaat of de (smelt)zekeringhouder weer inschakelen. Blijft de storing zich voordoen, schakel dan een installateur of de woningbouw in. Tip: in de praktijk blijken de meeste storingen veroorzaakt te worden door apparatuur of zelf aangelegde snoerleidingen. |
| < Vorige | Volgende > |
|---|

Wanneer de aardlekschakelaar zich uitschakelt, bevindt zich in één van de stroomgroepen (maximaal 4) een apparaat dat kortsluiting maakt. De aardlekschakelaar meet dat er stroom weglekt. Een aardlekschakelaar schakelt dus niet uit bij te hoge stroomafname.
A Groepenkast met schakelaars en smeltzekeringen (stoppen) en aardlekschakelaar.
B Moderne groepenkast met installatie-automaten en aardlekschakelaar.